Aan de factorij der Nederlandse Handelsmaatschappij, Emigratieagent voor Suriname op Java Batavia
Paramaribo, 14 januari 1895
1) (..) optredende als gemachtigde der SMN en werd overeengekomen dat voormelde maatschappij, naar aanleiding van de bestrijding die hare vordering voor de vracht ad f95947.50 wegens het ontbreken der bij de charterpartij bedongen stukken, aan zijde van het gouvernement ondervond, die vordering verminderde met een som van f8000.- en zich voorts neerlegde bij de beslissing van den gouverneur dat de premiën aan den gezagvoerder en de scheepsdokter bij de charterpartij uitgeloofd, verbeurd zijn.(..)
2) In verband tot t geen ik omtrent het resultaat van t gerechterlijk onderzoek in mijn schrijven van 28 sept. 1894 u mededeelde wensch ik hier nog alleen aan te tekenen, dat indien de onvoldoende zorg voor luchtvervuiling en zindelijkheid in het immigrantenverblijf de omstandigheid dat voor een zo lange zeereis als die van Java naar Suriname zelfs t nodige niet aan boord was tot toediening van versterkend dieet aan zieken en zwakken, het verstrekken van onvoldoende rantsoen drinkwater, van ongaar, althans slecht toebereide rijst en van dengdeng van slechte kwaliteit als toespijs en de gebleken gebrekkige inrichting van hospitaal en apotheek, ongetwijfeld in niet geringe mate moet hebben bijgedragen tot de grote sterfte gedurende den overtocht en de ongunstige gezondheidstoestand waarin de emigranten alhier aankwamen, ook andere oorzaken daarop hun invloed hebben doen gelden.
3) Ik noem o.m. de op zich zelve onvoldoende wijze van voeding bij de Charterpartij bedongen, de gebrekkige uitrusting der passagiers voor de reis, vooral met het oog op de omstandigheid dat de reis om de kaap in ’t koude jaargetijde moest worden ondernomen; t gebrek aan ervaring en van de nodige zorg van den docter, zowel wat de zieken als vooral wat de gezonden betreft.
4) In hoever ook daarop ook van invloed kan zijn geweest het lange verblijf van het schip te Tandjong Priok, nu zoals u mij meldt, het schip in de buitenhaven van die plaats lag, op vrij grote afstand van het strand, is zeker moeilijk te beslissen, maar een feit is t dat onder de te Samarang ingescheepte koeliesmeer sterfgevallen gedurende de reis voorkwamen dan onder de te Tandjong Priok ingescheepte en ook volgens den docter meer ziektegevallen. In hoeverre dit laatste juist is kan intussen moeilijk worden nagegaan waar de docter geen aantekeningen gehouden had van de door hem verpleegde zieken en zoals u bekend is de namen der aan boord overledenen met grote onnauwkeurigheid werden geconstateerd.(..)
5) Wat betreft de keuring der emigranten betreft voor hunne inscheping zij schrijnt niet altijd met de vereiste nauwkeurigheid te hebben plaatsgehad. Zo bevonden zich onder de ingescheepten drie gegageerde militairen op de lijst van Semarang, aan wie ter zake van slepende beri beri en slepende huidziekte aan (..)
6) Vergelijkt met de bij evengenoemde ordonantie voorgeschreven wijze van voeding met den voedingsstaat voorkomende op pag 99 der Rules relating to Colonial emigrations under the provisions of art. XXI of 1883 waarvan ik de eer heb u hierbij een exemplaar te doen toekomen met de schaap op pag. 100 voorkomende van ’t geen voor de voeding van zieken en invalieden aan boord behoort te zijn, dan is het duidelijk in hoe oneindig beter conditie in dit opzicht de Brits-Indische koelies gedurende t transport van Calcutta naar hier verkeeren, waarbij ik ook nog uwe aandacht vestig op art. 177 dier rules, in welk artikel den docter de macht wordt gegeven in de dagelijks te verstrekken rantsoens een gewenste afwisseling te brengen.
7) Blijft de voedingsstaat opgenomen in de ordonnantie ongewijzigd, dan zou ik t van zeer groot belang achten dat zij bij volgende verscheping in den geest der Britsch Indische ordonnantie werd aangevuld; aan bekwame deskundige voorlichting ter zake kan het u zeker niet ontbreken. Hetzelfde geldt de uitrusting der passagiers voor de reis. Ook in dit opzicht verdient de Britsch-Indisch regeling navolging waarbij de emigranten behalve van gewone kleding ook van warme kledingstukken voorzien worden en wanneer de reis plaatsvindt tussen 1 maart en 15 september, zij nog een warme deken extra ontvangen. Ook zoude t aanbeveling verdienen door een bekwaam deskundige, voor zover ook dit punt niet wettelijk geregeld wordt, de lijst te doen vaststellen van geneesmiddelen, chirurgische en obstetorische instrumenten, benodigdheden voor apotheek en hospitaal, waarvan t schip voor de reis behoort voorzien te zijn. Ook in dit opzicht kunnen de staten voorkomende op paginas 101-104 der Rules zeker van groot nut zijn. Maar waar het zeker voor den goeden uitslag eener volgende expeditie van arbeiders op aankomt, is dat hun geleide evenals bij het transport uit Brits-Indië wordt toevertrouwd aan een degelijk geneeskundige volkomen bekend met de behandeling van die klasse van inlanders waaruit de migranten worden gerekruteerd.
8) De instructie voor den docter op Brits-Indische immigranten zult u vinden op pag. 59 der rules(..)
9) Van den agent van den Heer James Nourse alhier, met wiens schepen nagenoeg uitsluitend het koelietransport uit Calcutta naar de West Indische koloniën plaats vindt, vernam ik dat de heer Nourse zeker bereid zoude zijn zijn schepen ter uwer beschikking te stellen.
10) Deze schepen zijn geheel ingericht volgens de eisen in Brits-Indië aan emigrantenschepen gesteld en bieden daarom waarborgen aan voor een goeden overvoer, welke niet licht door enige andere reederij, wier schepen niet speciaal voor het koelietransport zijn gebouwd of ingericht, zouden kunnen worden aangeboden.(..)
11) Ik voeg hier dadelijk bij dat dan ook t toezicht gedurende de reis op deze personen (vanuit Brits-Indië) zoveel beter is dan bij het transport der Voorwaarts was. Dit toezicht wordt behalve door den scheepsdocter en de onder diens bevelen gestelde compounders of hospitaalopzichters die tevens als tolken dienst doen, uitgeoefend door hoofdlieden waarvan 1 wordt benoemd op elke groep van 25 emigranten.(...)
De Agent Generaal immigratiedepartement Suriname